Vondsten hobby-archeologen in kaart gebracht

Kijken, Lezen, Nieuws0

Om de vaak waardevolle vondsten van hobby-archeologen goed in kaart te brengen, zijn de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de samenwerking aangegaan.

De vondstencollecties van hobby-archeologen vertegenwoordigen een grote wetenschappelijke en educatieve waarde, maar zijn nog niet systematisch geïnventariseerd en daardoor niet beschikbaar voor wetenschap, erfgoedonderzoek, musea en het grote publiek. De informatie over oudheidkundige voorwerpen ontdekt door hobby-archeologen blijft op deze manier behouden voor toekomstige generaties. Afgelopen woensdag werd portable-antiquities.nl gepresenteerd: een website en database met archeologische vondsten.

vondsten
Vlakbijl uit de Vroege Bronstijd (ca. 2500-1800 voor Chr.), gevonden in de gemeente Opmeer. Foto: PAN.

Het project, genaamd Portable Antiquities of the Netherlands (PAN), is een samenwerking tussen wetenschap en het brede publiek en is een voorbeeld van democratisering van onze geschiedenis en erfgoed. Het doel is om oudheidkundige vondsten in privébezit (met name metaalvondsten gevonden met behulp van een metaaldetector) te documenteren, online te publiceren in een nationale databank en zo de informatie over de vondsten beschikbaar te maken voor wetenschap, erfgoedonderzoek, musea en het brede publiek. VU-hoogleraar Nico Roymans (West-Europese Archeologie): “Verzamelaars melden spectaculaire vondsten zoals gouden sieraden en zilveren munten, maar ook eenvoudige ontdekkingen zoals fragmenten van kledingspelden en wapentuig.”

In een half jaar tijd zijn meer dan tienduizend vondsten gemeld aan het PAN-project en sinds deze week zijn de eerste beschrijvingen en foto’s gereed om op de website te raadplegen. Elke maand komen er honderden bij. Roymans: “Als iedereen zijn vondsten laat opnemen in onze database, dan ontstaat een schat aan nieuwe informatie over de Nederlandse geschiedenis van de late prehistorie tot in de premoderne tijd.”

PAN wordt met bijna twee miljoen euro gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO) en gecoördineerd door de Vrije Universiteit Amsterdam. Na vier jaar wordt de website verder onderhouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).